Neuroplasticiteit

“Heeft therapie dan nog wel zin?”

Fysiek en erfelijk

Zonder teveel op details in te gaan (jammer, maar da’s voor een andere keer) was de belangrijkste conclusie van de onderzoeken dat suïcidaliteit geen puur psychisch probleem is, ook geen symptoom van depressie of psychoses, maar een op moleculair niveau aantoonbare fysieke hersenaandoening die op zichzelf staat. Wie suïcidaal is geweest – dit onderzoek kan op dit moment alleen nog na overlijden worden gedaan – vertoont fysieke veranderingen in de hersenen die mensen die nooit suïcidaal zijn geweest niet hebben.

De tweede belangrijke conclusie was dat deze onderzoeken ook aantonen dat of iemand gevoelig is voor die aandoening erfelijk bepaald is. Of je wel of geen verhoogde kans hebt om suïcidaal te worden, zit dus in je genen ingebakken. Of het daadwerkelijk tot uiting komt is een tweede (en hangt af van immens veel verschillende factoren), maar je bent met die genetische knop geboren en daar ga je, op welke manier dan ook, mee dood.

Zoals ik al zei: ontnuchterende resultaten.

Dit bracht in het publiek de discussie teweeg of die fysieke veranderingen in de hersenen te herstellen zijn. Op dit moment in ieder geval niet, zo gaf Prof. Swaab aan, maar hopelijk kunnen deze ontdekkingen bijdragen aan het ontwikkelen van bijvoorbeeld medicijnen die de gevolgen van die veranderingen kunnen ondervangen.

“En neuroplasticiteit dan?” werd gevraagd. “Kunnen onze hersenen zichzelf niet herstellen?”

Een terechts vraag. Er is veel te doen om neuroplasticiteit, oftewel het verandervermogen van het zenuwstelsel. De term is gangbaar als het gaat om persoonlijke groei en het veranderen van je diepgewortelde gewoontes en overtuigingen. Begrijpelijk, dus, dat het antwoord van Prof. Swaab niet was waar veel van ons op hoopten:

“Nee, dat kunnen ze niet.”

Hij legde uit wat de grenzen zijn van de veranderingen die onze hersenen na de geboorte nog ondergaan. Tijdens de ontwikkelingen in de (vroege) jeugd is er inderdaad sprake van neuroplasticiteit, maar onder de streep is ook dat erg beperkt. Zodra je volwassen bent is de enige neuroplasticiteit die nog overblijft het leervermogen, wat met dat je ouder worden ook steeds verder afneemt.

En dat is de rauwe werkelijkheid. Of we dat nu willen horen of niet.

Wat is verandervermogen?

Wat we echter makkelijk uit het oog verliezen is dat Prof. Swaab een neurowetenschapper is, in hart en nieren. Hij gebruikte in zijn uitleg het woord ‘neuroplasticiteit’ met een andere betekenis dan hoe de rest van ons het woord gebruikt.

Neurowetenschappers kijken naar hoe hersenen in het algemeen functioneren, niet naar hoe wij als individu onze hersenen wel of niet gebruiken. Vanuit die kant bekeken is een wetenschappelijk aangetoond feit dat de structuur van de hersenen en het functioneringsvermogen van de hersendelen wordt aangelegd in de baarmoeder. Als een deel ontbreekt of zich niet goed ontwikkeld, kan dat niet later aangroeien. Een overduidelijk voorbeeld hiervan is anencefalie. Ook is het herstel van fysieke hersenverbindingen na niet-aangeboren hersenletsel als gevolg van bijv een ongeluk of een infarct, beperkt. De hersenen kunnen wel leren om bepaalde functies uit te voeren via een nieuwe (om)weg, maar alleen als de structuren daarvoor aanwezig zijn en tevens nog goed werken.

In de psychologie en alternatieve geneeswijzen is ‘neuroplasticiteit’ gaan verwijzen naar ons vermogen om op een nieuwe manier naar dingen te leren kijken, ervaringen te reframen en zodoende bijvoorbeeld minder heftig te schrikken van iets waar je eerder heel bang voor was. Je verandert hoe je de wereld ervaart, en ja, daarbij worden nieuwe hersenverbindingen gemaakt.

Als gevolg van coaching of therapie verandert er weldegelijk wat in je hersenen, maar alleen in dat deel dat gemaakt en bedoeld is om bij leven te veranderen: je leervermogen.

Concreet voorbeeld: Ik hou van koffie, van de smaak en het ritueel van koffiezetten. Vroeger dronk ik het nooit omdat ik het smerig vond, maar nu geniet ik ervan. Ik heb het zogezegd ‘leren drinken’ en mijn ervaring van koffie veranderd.

Een neurowetenschapper kijkt anders. Die zou voorheen in mijn hersenen hebben kunnen zien dat er weinig neurotransmitters vrijkwamen bij de gedachte aan koffie, terwijl er nu een sterkere neurochemische reactie plaatsvindt. Echter, als mijn hersenen niet het vermogen hadden gehad om sterk te reageren op koffie, was het voor mij niet eens mogelijk geweest om het lekker te gaan vinden. En dat ik dat vermogen wel heb, werd bepaald toen ik nog een rijstkorrel in mijn moeder’s buik was.

Leervermogen: bewegen binnen vaste structuur

For better of for worse, de blauwdruk van onze fysieke hersenen is een vaststaand feit. Gelukkig maar, want je wilt niet dat je ineens blind bent omdat je visuele cortex uit zichzelf besloten heeft om van baan te veranderen! Het is al erg genoeg als hersendelen stoppen met werken als gevolg van hersenschade.

Die pijnlijk harde onveranderlijkheid eist terecht dat we ons afvragen: “Heeft therapie dan nog wel zin?”

Jazeker!

Psychologie draait om dat wat wel kan veranderen: ons leervermogen. Al wordt het minder met de jaren, we behouden ons hele leven het vermogen om te leren. Leren dat er alternatieven zijn door nieuwe kennis en inzichten op te doen. Leren hoe we onze gevoelens op een andere manier kunnen interpreteren, zodat we ons letterlijk beter voelen. Leren hoe we uiting geven aan onze gedachten en gevoelens, zodat ons gedrag verandert.

Psychiatrie kan met medicijnen soms de ongewenste effecten van een bepaalde hersenstructuur ondervangen. Niet herstellen, alleen ondersteunen. Het leren omgaan met die gevolgen in ons dagelijks leven ligt, letterlijk, bij ons leervermogen.

Leren doen we, als kind en als volwassenen, middels het aanmaken en versterken van neurologische verbindingen daar waar onze hersenen daar fysiek op ingericht zijn. Coaching, counseling en therapie draait om het versterken en inzetten van dat leervermogen.

Het nut van therapie

Zowel psychologie als psychiatrie worden begrensd door de fysieke structuur en functionaliteit van onze hersenen. Zoals ieder orgaan kunnen onze hersenen zichzelf tot op zekere hoogte herstellen na schade, maar er blijven altijd littekens achter, sommige zichtbaarder dan andere. Die schade kan een fysieke oorzaak hebben, of een mentale. Het woord ‘trauma’ betekent tenslotte niets meer dan ‘wond’.

Therapie kan dat herstel steunen, zodat het litteken beperkt blijft. Therapie kan ook bijdragen aan het beperken van de ongewenste invloed van fysieke schade of de blijvende littekens. En bij blijvende schade kan therapie ook helpen om de gewenste hersenfuncties te versterken en ondersteunen.

Onze hersenen, en daarmee onze psyche, is minder maakbaar dan we soms zouden hopen. Maar tegelijk is er meer mogelijk dan de onveranderlijkheid van onze fysieke hersenen doet denken. Therapie in enige vorm heeft, en zou moeten hebben, het zoveel mogelijk verbeteren van iemand’s kwaliteit van leven. Daarop inzetten is zeker de moeite waard!